DownloadPreken.nl is nog in ontwikkeling, fouten kunnen nog voorkomen. Wilt u ze doorgeven?

Juda: borg voor Benjamin

Ds. J. Westerink • Genesis 44:17-34

Voorbereiding Heilig Avondmaal

Genesis 44

Herziene Statenvertaling (Uitgeverij Jongbloed)

17 Maar hij zei: Er is geen sprake van dat ik zoiets zou doen! De man bij wie de beker gevonden is, zal mijn slaaf zijn, maar u, trek in vrede naar uw vader.
18 Toen trad Juda op hem toe en zei: Och, mijn heer, laat uw dienaar toch een woord ten aanhoren van mijn heer mogen spreken, en ontsteek niet in woede tegen uw dienaar, want u bent als de farao.
19 Mijn heer heeft aan zijn dienaren gevraagd: Hebt u nog een vader of een broer?
20 Toen hebben wij tegen mijn heer gezegd: Wij hebben een oude vader, en die heeft een kind van zijn ouderdom, de jongste. Zijn broer is dood, en hij is als enig kind van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief.
21 Toen hebt u tegen uw dienaren gezegd:  Breng hem naar mij toe, zodat ik mijn oog op hem kan slaan.
22 Wij zeiden toen tegen mijn heer: De jongen kan zijn vader niet verlaten, want als hij zijn vader verlaat, zal deze sterven.
23 Toen zei u tegen uw dienaren:  Als uw jongste broer niet met u meetrekt, mag u mij niet meer onder ogen komen. 
24 En het gebeurde, toen wij naar uw dienaar, mijn vader, getrokken waren en wij hem de woorden van mijn heer verteld hadden,
25 en onze vader zei: Keer terug, koop wat voedsel voor ons,
26 dat wij zeiden: Wij kunnen daar niet heentrekken. Alleen als onze jongste broer bij ons is, zullen wij gaan, want wij mogen die man niet meer onder ogen komen als onze jongste broer niet bij ons is.
27 Toen zei uw dienaar, mijn vader, tegen ons: Jullie weten dat mijn vrouw mij twee zonen gebaard heeft.
28 De ene is bij mij weggegaan,  en ik heb gezegd: Hij is vast en zeker verscheurd; ik heb hem tot nu toe niet teruggezien.
29 Als jullie nu ook deze zoon van mij afnemen en hem een ongeluk overkomt,  dan zullen jullie mijn grijze haar van ellende in het graf laten neerdalen.
30 En nu, als ik bij uw dienaar, mijn vader, terugkom zonder dat de jongen bij ons is – want hij is met hart en ziel aan hem verbonden  –
31 dan zal het gebeuren dat hij zal sterven als hij ziet dat de jongen er niet bij is. Dan zullen uw dienaren het grijze haar van uw dienaar, onze vader, met verdriet in het graf doen neerdalen.
32 Uw dienaar heeft zich namelijk bij mijn vader borg gesteld voor de jongen, door te zeggen:  Als ik hem niet bij u terugbreng, dan sta ik alle dagen bij mijn vader in de schuld.
33 En nu, laat uw dienaar toch in plaats van deze jongen de slaaf van mijn heer blijven, en laat de jongen met zijn broers gaan.
34 Hoe zou ik immers bij mijn vader terug kunnen keren, als de jongen niet bij mij is? Anders zou ik de ellende moeten zien die mijn vader zal treffen.

Gerelateerde preken

Ezechi

Lezing
Ds. J. Westerink • Lezing • lees meer

Het profetische ambt van Christus - 2

Lezing
Ds. J. Westerink • Lezing • lees meer

Jozef als gelovige - 1

Lezing
Ds. J. Westerink • Lezing • lees meer