DownloadPreken.nl is nog in ontwikkeling, fouten kunnen nog voorkomen. Wilt u ze doorgeven?

Ds. P. den Butter - 1 Korinthe 10:1-22

Ds. P. den Butter • 1 Korinthe 10:1-22 • Leerdienst

Nabetrachting Heilig Avondmaal Heidelberger Catechismus

Belijdenis: Heidelberger Catechismus
Zondag 28
76-77


1 Korinthe 10

Herziene Statenvertaling (Uitgeverij Jongbloed)

1 En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt  dat onze vaderen allen onder de wolk waren en  allen door de zee zijn gegaan,
2 en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee,
3  en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben,
4  en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus.
5 Maar in de meesten van hen heeft God geen welgevallen gehad,  want zij zijn neergeveld in de woestijn.
6 En deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons, opdat wij niet zouden verlangen naar kwade dingen,  zoals ook zij verlangd hebben.
7 En word geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat:  Het volk ging zitten om te eten en te drinken en zij stonden op om te feesten. 
8 En laten wij geen hoererij bedrijven,  zoals sommigen van hen hoererij bedreven hebben, en op één dag vielen er drieëntwintigduizend.
9 En laten wij Christus niet verzoeken,  zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn.
10 En mor niet,  zoals ook sommigen van hen gemord hebben en omgekomen zijn door de verderver.
11 Al deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden voor ons,  en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons,  over wie het einde van de eeuwen gekomen is.
12 Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.
13 Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen.  En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.
14 Daarom, mijn geliefden, vlucht weg van de afgodendienst.
15 Ik spreek toch tot u als tot verstandige mensen, beoordeelt u dan zelf wat ik zeg.
16 De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus?
17 Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn,  één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood.
18 Let op het Israël naar het vlees: hebben niet zij die de offers eten, gemeenschap met het altaar?
19 Wat zeg ik hiermee dan?  Dat een afgod iets is, of dat een afgodenoffer iets is?
20 Nee, ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren,  zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt.
21 U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen.
22 Of willen wij de Heere tot jaloersheid verwekken? Wij zijn toch niet sterker dan Hij?

Gerelateerde preken

Sheba's Queen Sings the Praise of Israel's King

Ds. P. den Butter • 1 Koningen 10:8-9 • lees meer

Desiring Healthy Good

Ds. P. den Butter • 1 Petrus 2:1-3 • lees meer

An Instructive Post-Script

Ds. P. den Butter • 1 Petrus 5:12 • lees meer